Hernieuwbare energie voor vervoer

Laatst gecontroleerd op:
31 december 2025

Een groot deel van de CO2-uitstoot in Nederland is afkomstig van de mobiliteitssector. Nederland moedigt daarom het gebruik aan van hernieuwbare energie voor vervoer. Dat leidt tot minder verbruik van fossiele brandstoffen en een lagere CO2-uitstoot. Een belangrijk middel om dit doel te halen is de Brandstoftransitieverplichting (BTV). De BTV volgt vanaf 1 januari 2026 de Jaarverplichting Energie voor Vervoer op.

Europese klimaatdoelen voor vervoer

De Europese Unie stelt regels die hernieuwbare energie in vervoer verbeteren. Door het gebruik van fossiele brandstoffen terug te dringen, wordt de CO2-uitstoot minder.

Richtlijn Hernieuwbare Energie (RED)

In 2009 introduceerde de EU de Richtlijn Hernieuwbare Energie (Renewable Energy Directive; RED). Deze verplicht EU-landen meer hernieuwbare energie in vervoer te gebruiken.

RED III

De RED III is de 3e versie van de RED. Nederland voert de RED III vanaf 1 januari 2026 in. De RED III loopt door tot en met 2030. 

Fit for 55-pakket

Deze richtlijn is onderdeel van het Europese 'Fit for 55-pakket’. Daarmee streeft de EU naar 55% minder CO2-uitstoot in 2030. Voor vervoer kiest Nederland met de RED III om te sturen op een lagere CO2-uitstoot in de brandstofketen. Het algemene doel is een CO2-vermindering van minimaal 14,5% in de transportsector. Een belangrijke uitbreiding is dat de RED III nu ook geldt voor de scheep- en luchtvaart. De 2e versie van de RED (RED II) had alleen te maken met weg- en spoorvervoer. Het Fit for 55-pakket bestaat ook uit de verordeningen Fuel EU Maritime en ReFuel EU Aviation. Deze stellen aanvullende doelen voor hernieuwbare energiedragers in de zee- en luchtvaart.

Eisen voor alle hernieuwbare energiedragers

Alle hernieuwbare energiedragers in het Fit for 55-pakket moeten voldoen aan de eisen van de RED III. Biobrandstoffen moeten bijvoorbeeld minimaal 65% minder CO2 uitstoten dan fossiele brandstoffen. Dit geldt voor installaties die werken op biobrandstoffen en vanaf 1 januari 2021 in gebruik zijn. Voor oudere installaties gelden lagere percentages. Voor deze berekening tellen alle stappen in de keten mee. Van de productie tot en met het gebruik. Biobrandstoffen moeten ook duurzaam zijn. Dat kunnen bedrijven laten zien met een certificaat erkend door de Europese Commissie.

Lees verder over de duurzaamheidscertificaten.
 

Brandstoftransitieverplichting (BTV)

Nederland neemt de Europese richtlijnen voor hernieuwbare energie over in eigen wet- en regelgeving. Zoals de Brandstoftransitieverplichting (BTV). De BTV is gebaseerd op de Europese RED III en geldt tot en met 31 december 2030. Dit instrument helpt Nederland om nationale en Europese doelen te halen. Dat gebeurt door het deel van hernieuwbare energie in vervoer elk jaar te vergroten. De BTV bestaat naast de RED III ook uit de doelen en regels voor hernieuwbare brandstoffen uit het Klimaatakkoord en de brandstofkwaliteitsrichtlijn (Fuel Quality Directive; FQD). 

Voor wie is de BTV?

De BTV verplicht bedrijven om een deel van de (fossiele) brandstof die ze leveren te vervangen door hernieuwbare energie (groene brandstof). Dit is beter voor het milieu. Dit geldt voor benzine en diesel voor weg- en spoorvervoer en landbouwvoertuigen. Vanaf 1 januari 2026 geldt dit ook voor het leveren van bunkerbrandstoffen aan zee- en binnenvaart. De hoogte van de verplichting verschilt per transportsector. Luchtvaart valt wel onder de RED III-richtlijn, maar is geen onderdeel van de BTV.

Hoe werkt het?

De Brandstoftransitieverplichting (BTV) werkt volgens een handelssysteem dat draait om Emissie Reductie Eenheden (ERE’s). 1 ERE staat voor 1 kilogram minder CO2-uitstoot vergeleken met fossiele brandstoffen. Brandstofleveranciers krijgen ERE’s door zelf een hoeveelheid hernieuwbare energie te leveren aan vervoer in Nederland. Dit boeken zij daarna in in het register van de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa). Ook kunnen ze ERE’s kopen van andere leveranciers van hernieuwbare energie. De NEa controleert of een brandstofleverancier voldoende ERE’s heeft om aan zijn verplichting te voldoen. 

Waarvoor krijgt u ERE's?

U krijgt ERE’s voor deze hernieuwbare energiedragers: 

  • biobrandstoffen
  • elektriciteit
  • waterstof
  • andere e-fuels uit hernieuwbare bronnen

Voor sommige hernieuwbare energiedragers gelden aanvullende verplichtingen.  Zoals de verplichting om een minimale hoeveelheid waterstof en e-fuels uit hernieuwbare bronnen te gebruiken. Dat is om het gebruik van meer innovatieve energiedragers aan te moedigen.

Hernieuwbare elektriciteit inboeken

U krijgt ook ERE’s als u elektriciteit levert aan vervoer. Bedrijven die veel elektriciteit leveren, boeken hiervoor de elektriciteit zelf in bij de NEa. Particulieren en bedrijven met één of meer laadpalen registreren de elektriciteit bij de NEa via een inboekdienstverlener. Ze spreken met de inboekdienstverlener af welke vergoeding ze daarvoor krijgen. 

BTV-rekentool

De BTV-rekentool helpt brandstofleveranciers die te maken hebben met de BTV. Met de BTV-rekentool berekent u welke ERE’s u nodig hebt om aan de verplichting te voldoen. Of hoeveel ERE’s u kunt verdienen met de hernieuwbare energie die u levert. De tool geeft geen inschatting over energieprijzen.

Vragen mailt u naar het GAVE-team op gave@rvo.nl

Wet- en regelgeving

Nederland past Europese richtlijnen voor hernieuwbare energie (REDII en III) en brandstofkwaliteit (FQD) toe in deze nationale wet- en regelgeving:

De belangrijkste Europese richtlijnen zijn:

Tanklocaties

Wilt u weten waar u biobrandstoffen kunt tanken in Nederland?

Het GAVE-team

Het programma Gasvormige en Vloeibare Klimaatneutrale Energiedragers (GAVE) adviseert en ondersteunt bij de implementatie van bovengenoemde wetgeving. Het GAVE-team is expert op de volgende gebieden:

  • De verwerking van Europese Richtlijnen voor Hernieuwbare Energie (REDII en III) en brandstofkwaliteit (FQD) in de Nederlandse wet- en regelgeving;
  • De brandstoftransitieverplichting (BTV);
  • De Jaarverplichting Hernieuwbare Energie Vervoer voor brandstofleveranciers;
  • De implementatie van Europese wetgevende kaders voor hernieuwbare energiedragers voor vervoer (Fit for 55), inclusief FuelEU Maritime;
  • De uitwerking van de CO2-reductiedoelstelling voor brandstoffen van wegtransport in het Klimaatakkoord;
  • De eisen voor duurzaamheid, massabalans en broeikasgasemissie bij de inzet van hernieuwbare energie;
  • Duurzaamheidsborging van biobrandstoffen, hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong (RFNBO’s);
  • Internationale markt- en beleidsontwikkelingen.
In opdracht van:
  • Ministerie van Klimaat en Groene Groei
In samenwerking met:
  • Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
Bent u tevreden over deze pagina?