Duurzame biobrandstoffen in uw bedrijf
Levert u duurzame biobrandstoffen aan de Nederlandse markt? En wilt u dat deze meetellen voor de Brandstoftransitieverplichting en het behalen van de Europese transportdoelen? Dan moeten deze biobrandstoffen voldoen aan de Europese duurzaamheidscriteria. U leest op deze pagina met welke verplichtingen en regelgeving u rekening moet houden.

Biobrandstoffen (ook wel vloeibare biomassa voor transport) zijn gemaakt van duurzame biogrondstoffen, zoals afval of plantaardig materiaal. Ze zijn een alternatief voor fossiele brandstoffen, zoals benzine en diesel. Biobrandstoffen worden veelal gebruikt in voertuigen.
Brandstoftransitieverplichting (BTV)
De Brandstoftransitieverplichting (BTV) verplicht bedrijven die fossiele brandstof leveren voor verkeer en vervoer in Nederland, om een deel van die brandstof te vervangen door hernieuwbare energie. De BTV geldt vanaf 1 januari 2026.
U moet voldoen aan de BTV als u benzine of diesel levert aan wegvervoer, spoorvervoer of landbouwvoertuigen. Vóór 1 januari 2026 gold er al een vergelijkbare verplichting: de Jaarverplichting Hernieuwbare Energie Vervoer.
Ook voor zee- en binnenvaart
U moet ook aan de BTV voldoen als u brandstoffen levert aan de zee- en binnenvaart. Voor leveranciers aan deze soorten vervoer gold de eerdere Jaarverplichting niet. Levert u alléén brandstoffen aan de zee- en binnenvaart? Dan heeft u dus voor het eerst te maken met verplichtingen rond brandstof en hernieuwbare energie.
Registreren van uw biobrandstof
De geleverde hernieuwbare energie registreert u bij de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) in het Register Energie Vervoer (REV). Die hernieuwbare energie kan zijn:
- duurzame biobrandstoffen
- hernieuwbare elektriciteit
- hernieuwbare waterstof
- hernieuwbare synthetische brandstoffen
De biobrandstoffen die u daarbij gebruikt moeten voldoen aan de Europese duurzaamheidscriteria.
Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat is verantwoordelijk voor de Brandstoftransitieverplichting. De NEa voert de regelgeving uit en handhaaft de naleving.
Hoe voldoet u aan de duurzaamheidseisen?
De gehele productie- en handelsketen van duurzame biobrandstoffen moet gecertificeerd zijn via een Europees erkend duurzaamheidssysteem. Dat begint al bij de inzameling van de grondstof: de verzameling van de afvalstromen of teelt van gewassen. En het eindigt bij de bedrijven die de biobrandstoffen leveren aan de Nederlandse transportmarkt.
Welke duurzaamheidssystemen kunt u gebruiken?
Er zijn meerdere duurzaamheidssystemen waarmee u uw bedrijf kunt certificeren. Deze zijn te vinden op de website van de Europese Commissie.
Aantonen met duurzaamheidscertificaten
Boekt u biobrandstoffen in, in het register van de NEa? Dan toont u via de Brandstoftransitieverplichting met duurzaamheidscertificaten aan dat deze brandstoffen aan de Europese duurzaamheidcriteria voldoen.
In het REV staan de duurzaamheidskenmerken van de ingeboekte biobrandstoffen. Meer informatie over de methode van aantonen vindt u op de website van de NEa en in de jaarlijkse NEa-rapportages.
Waar moet duurzame biobrandstof aan voldoen?
Biobrandstoffen moeten minimaal 65% minder CO2 uitstoten dan fossiele brandstoffen. Dit geldt voor productie-installaties die vanaf 1 januari 2021 in productie zijn. Voor oudere installaties gelden lagere percentages. Voor deze berekening tellen alle stappen in de keten mee: van de productie van de grondstof tot en met het verbruik ervan.
Andere duurzaamheidseisen
Naast de eisen voor vermindering van de broeikasgasuitstoot moeten biobrandstoffen en vloeibare biomassa ook aan enkele andere duurzaamheidseisen voldoen:
- De biomassa mag niet afkomstig zijn van land met een hoge biodiversiteitswaarde. Zoals oerbos, beschermde natuurgebieden en graslanden met een grote biodiversiteit.
- De biomassa mag niet zijn geproduceerd op land met hoge koolstofvoorraden. Dit zijn waterrijke gebieden en permanent beboste gebieden. Deze eis geldt ook voor veengebied, behalve als de biomassaproductie niet leidt tot ontwatering van een eerder niet-ontwaterde bodem. Hiervoor is de status van gronden in januari 2008 bepalend.
Berekenen van broeikasgasemissies
De berekeningsmethode voor broeikasgasemissies staat in bijlage V (vloeibare biomassa) en VI (gasvormige en vaste biomassa) van de Richtlijn hernieuwbare Energie. U kunt deze bekijken via Europese richtlijn Hernieuwbare Energie (RED) (Directive 2009/28/EC).
- Ministerie van Klimaat en Groene Groei
- Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat