Bosbok

Gepubliceerd op:
30 november 2023

Dit dier staat niet op de huis- en hobbydierenlijst.

Hieronder leest u de beoordeling over dit dier.

Algemene informatie

De fylogenie van de bosbok is onderwerp van uitvoerig taxonomisch onderzoek (Hassanin et al., 2018; Moodley et al., 2009). Daarbij is vastgesteld dat het om verschillende soorten gaat die bij deze beoordeling zijn samengenomen onder de algemene naam de bosbok. Daaronder vallen de hieronder vermelde taxa.

Algemene informatie (Castelló, 2016; Groves et al., 2011; Hassanin et al., 2018; Moodley et al., 2009)
Familie Bovidae
Subfamilie Bovinae
Genus Tragelaphus
Soort Tragelaphus scriptus
T. (scriptus) scriptus (westelijke bosbok)
T. (scriptus) phaleratus (centrale bosbok)
T. (scriptus) bor (nijlbosbok)
T. (scriptus) decula (Lake Tana bosbok)
T. (sylvaticus) meneliki (Ethiopische bergbosbok)
T. (sylvaticus) fasciatus (oostelijke kustbosbok)
T. (sylvaticus) ornatus (Chobe bosbok)
T. (sylvaticus) sylvaticus (Kaapse bosbok)
Gedomesticeerd Nee
Kruising Nee
Volwassen grootte
  • Kop-romp: 114-165 cm (m), 114-132 cm (v)
  • Staart: 19-30 cm
  • Schofthoogte: 64-102 cm (m), 61-85 cm (v)
Gewicht 32-115 kg (m), 24-60 kg (v)
Dieet Herbivoor
Natuurlijke leefomgeving
  • Verspreiding: Uiterst Zuid-Mauritanië, Zuid-Senegal, uiterst Zuidwest-Mali, Gambia, Guinee-Bissau, Guinee, Sierra Leone, West-Liberia, Zuid-Mali, Ivoorkust, Centraal- en Zuid-Burkina Faso, Ghana, Togo, Benin, uiterst Zuidwest- & Zuidoost-Niger, Nigeria, Centraal- en Noord-Kameroen, Zuid-Chad, Centraal Afrikaanse Republiek, EquatoriaalGuinea, Gabon, Zuid-Congo-Brazzaville, Congo-Kinshasa, Zuid- en uiterst ZuidoostSoedan, Oeganda, Kenia, Rwanda, Ethiopië, Zuid-Eritrea, Zuidwest-Djibouti, Somalië, Noordoost-Tanzania, Burundi, Angola, Zambia, Malawi, Mozambique, Namibia, Botswana, Zimbabwe, Uganda, eSwatini, en Zuid-Afrika.
  • Habitat: Bossen, moeras, savanne.
Levensverwachting 12 jaar
IUCN-status “Least Concern”
CITES Niet vermeld

Risicoklasse F

Bosbokken zijn in staat ernstige letselschade te veroorzaken bij de mens. Daarnaast zijn in vier risicocategorieën voor “gezondheid en welzijn dier” één of meerdere risicofactor(en) vastgesteld. Om deze redenen valt de bosbok onder risicoklasse F.

Samenvatting beoordeling van de bosbok

Indien er sprake is van één of meerdere relevante ernstige zoönose(n) die slechts met gespecialiseerde maatregelen beheersbaar is/zijn wordt de risicofactor aangekruist (!), maar telt deze niet mee in de eindscore. Indien er sprake is van een relevante ernstige zoönose die niet of nauwelijks beheersbaar is of er sprake is van risico op ernstige letselschade komt de diersoort direct onder risicoklasse F te vallen (XF). Indien de risicofactor van toepassing is, wordt deze aangekruist (X).

Gezondheid mens
Risicocategorie Van toepassing Toelichting
Zoönosen ! (signalerend) Bij de bosbok zijn de hoog-risico zoönotische pathogenen Leptospira spp. en Mycobacterium bovis aangetoond. Bij de sympatrische en aanverwante soort binnen hetzelfde genus (Tragelaphus) de sitatoenga (T. spekii) is het hoog-risico zoönotische pathogeen Leptospira interrogans aangetoond. Dit leidt tot een signalerende toepassing van deze risicofactor.
Letselschade XF Bij bosbokken is er gevaar op zeer ernstig letsel bij de mens, waardoor de bosbok direct onder risicoklasse F valt.

 

Gezondheid en welzijn dier
Risicocategorie Van toepassing Toelichting
Voedselopname X
  • De bosbok is een herbivore browser.
  • De bosbok heeft hypsodonte gebitselementen.
  • Bosbokken moeten dagelijks frequent foerageren.
Ruimtegebruik/veiligheid X
  • Bosbokken gebruiken een beschutte verstopplaats.
  • Bosbokken hebben een sterke vluchtreactie.
Thermoregulatie X De bosbok is aangepast aan een tropisch klimaat.
Sociaal gedrag X Bosbokken hebben een despotische dominantiehiërarchie.

Beoordeling per risicofactor

Risico's voor de mens

Zoönosen
Risicofactor Van toepassing Toelichting
LG1 ! (signalerend) Bij de bosbok zijn de hoog-risico zoönotische pathogenen Leptospira spp. (Ajayi et al., 2017) en Mycobacterium bovis (Bekker et al., 2012; Zieger et al., 1998) aangetoond. Bij de sympatrische en aanverwante soort binnen hetzelfde genus (Tragelaphus) de sitatoenga (T. spekii) is het hoog-risico zoönotische pathogeen Leptospira interrogans (Groves et al., 2011; Moreno Beas, 2012) aangetoond. Dit leidt tot een signalerende toepassing van deze risicofactor.

 

Letselschade
Risicofactor Van toepassing Toelichting
LG2 XF

De bosbok weegt 32-115 kg (m) of 24-60 kg (v) en mannetjes beschikken over hoorns van gemiddeld 23-25 cm lang (Groves et al., 2011). Mannetjes stellen zich erg agressief op (Openshaw, 1993). Bosbokken zijn wilde dieren en het hanteren van bosbokken vereist ervaring en deskundigheid van de houder (Wolfe, 2015).

Gezien de grootte, morfologie en het gedrag van bosbokken kunnen ze zeer ernstig letsel bij de mens veroorzaken, waardoor de bosbok direct onder risicoklasse F valt.

Risico's voor dierenwelzijn/diergezondheid

Voedselopname
Risicofactor Van toepassing Toelichting
V1 X De bosbok is een herbivore browser (Bayih & Yihune, 2018; Hofmann, 1989). Ze eten een variëteit aan struiken, peulvruchten, andere kruidachtige planten, jong gras, fruit en landbouwgewassen (Groves et al., 2011). Deze risicofactor is daarom van toepassing.
V2 X De bosbok heeft hypsodonte kiezen (Fortelius et al., 2016; Kaiser et al., 2013; Mendoza & Palmqvist, 2007). Deze risicofactor is daarom van toepassing.
V3 X Bosbokken spenderen 38-45,1% van de dag (07:05-19:00 / 06:00-18:00) en 25% van de nacht (19:00-07:05) aan foerageren (Bayih & Yihune, 2018; Waser, 1975). Bosbokken wisselen periodes van foerageren af met periodes van rusten en herkauwen (Groves et al., 2011). De bosbok is een herkauwende browser met een hoge passeersnelheid in de pens, waardoor frequent foerageren noodzakelijk is (Hofmann, 1989). Deze risicofactor is daarom van toepassing.
V4   Het dieet van bosbokken bestaat uit een variëteit aan struiken, peulvruchten, andere kruidachtige planten, jong gras, fruit en landbouwgewassen (Groves et al., 2011). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.

 

Ruimtegebrek/veiligheid
Risicofactor Van toepassing Toelichting
R1   Bosbokmannetjes hebben een home range van ongeveer 0,15-0,35 km2 en vrouwtjes van 0,06-0,19 km2 (Waser, 1975). Verwante vrouwtjes hebben ruim overlappende home ranges, maar overlap is minder tussen niet-verwante vrouwtjes (Wronski & Apio, 2006). Home ranges van mannetjes overlappen met die van vrouwtjes. Volwassen mannetjes zijn territoriaal en verdedigen en markeren een kerngebied binnen hun home range tegen andere volwassen mannetjes (Wronski, 2005; Wronski et al., 2006a; Wronski et al., 2006b). Het kerngebied is gemiddeld 0,14 km2, wat relatief klein is voor een dier van deze grootte (Wronski, 2006a). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
R2 X De jongen van bosbokken gebruiken een beschutte verstopplaats (Groves et al., 2011). Deze risicofactor is daarom van toepassing.
R3 X Bij gevaar blijven bosbokken eerst stil staan. Wanneer tekenen van gevaar te dichtbij komen vluchten ze snel weg (Plumptre & Wronski, 2013; Waser, 1975). Bosbokken zien hekken niet altijd als barrières (Fowler, 1995). Bosbokken zijn waargenomen capture myopathy te ontwikkelen (Blumstein et al., 2015). Deze risicofactor is daarom van toepassing.
R4   Bosbokken gebruiken geen holen of kuilen (Groves et al., 2011). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
R5   Voor bosbokken zijn er geen specifieke omgevingselementen essentieel (Groves et al., 2011). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.

 

Thermoregulatie
Risicofactor Van toepassing Toelichting
T1 X

Bosbokken leven in een tropisch klimaat (Groves et al., 2005; Schultz, 2005). De gemiddelde minimumtemperatuur in de tropische bossen van Afrika waar bosbokken voorkomen is 17 °C (met een uiterste minimumtemperatuur van 1 °C) en de gemiddelde maximumtemperatuur is 28 °C (met een uiterste maximumtemperatuur van 43 °C). De gemiddelde jaarlijkse neerslaghoeveelheid is 500-4000 mm en de gemiddelde luchtvochtigheid is 60% (Meteoblue, 2021; Schultz, 2005).

De bosbok is aangepast aan een tropisch klimaat. Deze risicofactor is daarom van toepassing.

T2   Uit gedetailleerd gedragsonderzoek is niet gebleken dat bosbokken gebruik maken van een speciale zoel-, koel- of opwarmplaats (Groves et al., 2011; Plumptre & Wronski, 2013). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
T3   Bosbokken zijn jaarrond actief (Groves et al., 2011). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.

 

Sociaal gedrag
Risicofactor Van toepassing Toelichting
S1   Bosbokken hebben een polygame leefwijze (Groves et al., 2011). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
S2 X Bosbokken leven voornamelijk solitair, maar hebben overlap in home range zowel tussen als binnen de seksen (Groves et al., 2011; Wronski et al., 2009). Mannetjes zijn dominant over andere mannetjes binnen hun territorium, en er bestaan agonistische en onderdanige gedragingen tussen mannetjes (Wronski et al., 2006b). Er is sprake van een despotische dominantiehiërarchie tussen mannelijke bosbokken (Plumptre & Wronski, 2013). Deze risicofactor is daarom van toepassing.
S3   Vrouwtjes zijn vanaf 11-12 maanden geslachtsrijp en kunnen één keer per jaar werpen. Vrouwtjes zijn 180 dagen drachtig en krijgen per worp één jong. Bosbokken kunnen zich jaarrond voortplanten (Castelló, 2016; Groves et al., 2011). Bosbokken hebben geen grote kans op overbevolking. Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.

 

Verwijzingen

Ajayi, O. L., Antia, R. E., Ojo, O. E., Awoyomi, O. J., Oyinlola, L. A. & Ojebiyi, O. G. (2017). Prevalence and renal pathology of pathogenic Leptospira spp. in wildlife in Abeokuta, Ogun State, Nigeria. Onderstepoort Journal of Veterinary Research. 84(1). 1-9.

Bayih, W. & Yihune, M. (2018). Population status, feeding ecology and activity pattern of common bushbuck (Tragelaphus scriptus decula) in Sekele Mariam Forest, West Gojjam, Ethiopia. Journal of Ecology and The Natural Environment. 10(5). 69-79.

Bekker, J. L., Jooste, P. J. & Hoffman, L. C. (2012). Wildlife-associated zoonotic diseases in some southern African countries in relation to game meat safety: A review. Onderstepoort Journal of eterinary Research. 79(1). 1-12.

Blumstein, D. T., Buckner, J., Shah, S., Patel, S., Alfaro, M. E. & Natterson-Horowitz, B. (2015). The evolution of capture myopathy in hooved mammals: a model for human stress cardiomyopathy? Evol Med Public Health. 2015(1). 195-203.

Castelló, J. R. (2016). Genus Tragelaphus: bushbuck. In: J. R. Castelló, Bovids of the world: antelopes, gazelles, cattle, goats, sheep, and relatives (pp. 578-585). Princeton University Press.

Fortelius, M., Žliobaitė, I., Kaya, F., Bibi, F., Bobe, R., Leakey, L., Leakey, M., Patterson, D., Rannikko, J. & Werdelin, L. (2016). An ecometric analysis of the fossil mammal record of the Turkana Basin. Phil Trans R Soc. B37120150232.

Fowler, M. (1995). Restraint and Handling of Wild and Domestic Animals. Blackwell Publishing. Groves, C. P., Leslie Jr., D. M., Huffman, B. A., Valdez, R., Habibi, K., Weinberg, P. J., Burton, J. A., Jarman, P. J. & Robichaud, W. G. (2011). Family Bovidae (Hollow-horned Ruminants). In D. E. Wilson & R. A. Mittermeier, Handbook of the mammals of the world (pp. 444-779). Barcelona: Lynx Edicions.

Groves, C. & Grubb, P. (2011). Ungulate taxonomy. JHU Press.

Hassanin, A., Houck, M. L., Tshikung, D., Kadjo, B., Davis, H. & Ropiquet, A. (2018). Multi-locus phylogeny of the tribe Tragelaphini (Mammalia, Bovidae) and species delimitation in bushbuck: evidence for chromosomal speciation mediated by interspecific hybridization. Molecular Phylogenetics and Evolution. 129. 96-105.

Hofmann, R. R. (1989). Evolutionary steps of ecophysiological adaptation and diversification of ruminants: a comparative view of their digestive system. Oecologia. 78(4). 443-457. 

Kaiser, T. M., Müller, D. W., Fortelius, M., Schulz, E., Codron, D. & Clauss, M. (2013). Hypsodonty and tooth facet development in relation to diet and habitat in herbivorous ungulates: implications for understanding tooth wear. Mammal Review. 43(1). 34-46.

Mendoza, M. & Palmqvist, P. (2007). Hypsodonty in ungulates: an adaptation for grass consumption or for foraging in open habitat? Journal of Zoology. 274. 134-142.

Meteoblue. (2021). Kruger National Park, South Africa. Opgehaald van Meteoblue: https://www.meteoblue.com/en/weather/historyclimate/climatemodelled/kru…;

Moodley, Y., Bruford, M. W., Bleidorn, C., Wronski, T., Apio, A., & Plath, M. (2009). Analysis of mitochondrial DNA data reveals non-monophyly in the bushbuck (Tragelaphus scriptus) complex. Mammalian Biology, 74(5), 418-422.

Moreno Beas, E. A. (2012). Seroprevalencia de nueve serovares de Leptospira interrogans en carnívoros, ungulados y primates silvestres en cautiverio. Memoria para optar al Título Profesional de Médico Veterinario. Universidad de Chile.

Openshaw, P. (1993). Transportation of antelope and zebra. In: A. A. McKenzie, The Capture and Care Manual (pp. 407-421). Pretoria: Wildlife Decision Support and the South African Veterinary Foundation.

Plumptre, A. J. & Wronski, T. (2013). Tragelaphus scriptus Bushbuck. In: J. Kingdon & M. Hoffmann, Mammals of Africa Volume VI - Hippopotamuses, Pigs, Deer, Giraffe and Bovids (pp. 163-172). Bloomsbury.

Schultz, J. (2005). The ecozones of the world, The Ecological Divisions of the Geosphere (2 ed.). Berlin: Springer. 

Waser, P. (1975). Diurnal and nocturnal strategies of the bushbuck Tragelaphus scriptus (Pallas). African Journal of Ecology. 13(1). 49-63.

Wolfe, B. A. (2015). Chapter 63 - Bovidae (except sheep and goats) and Antilocapridae. In R. E. Miller & M. E. Fowler, Fowler's Zoo and Wild Animal Medicine, Volume 8 (pp. 626-645). Saunders.

Wronski, T. (2005). Home‐range overlap and spatial organization as indicators for territoriality among male bushbuck (Tragelaphus scriptus). Journal of Zoology. 266(3). 227-235.

Wronski, T. & Apio, A. (2006). Home-range overlap, social vicinity and agonistic interactions denoting matrilineal organisation in bushbuck, Tragelaphus scriptus. Behavioral Ecology and Sociobiology. 59(6). 819.

Wronski, T., Apio, A., Baranga, J. & Plath, M. (2006a). Scent marking and territorial defence in male bushbuck (Tragelaphus scriptus). Journal of Zoology. 270(1). 49-56.

Wronski, T., Apio, A., Wanker, R. & Plath, M. (2006b). Behavioural repertoire of the bushbuck (Tragelaphus scriptus): agonistic interactions, mating behaviour and parent–offspring relations. Journal of Ethology. 24(3). 247-260.

Wronski, T., Apio, A., Plath, M. & Averbeck, C. (2009). Do ecotypes of bushbuck differ in grouping patterns? Acta Ethologica. 12(2). 71-78.

Zieger, U., Pandey, G. S., Kriek, N. P. J. & Cauldwell, A. E. (1998). Tuberculosis in Kafue lechwe (Kobus leche kafuensis) and in a bushbuck (Tragelaphus scriptus) on a game ranch in Central Province, Zambia: case report. Journal of the South African Veterinary Association. 69(3). 98-101.

Bent u tevreden over deze pagina?