Dromedaris

Gepubliceerd op:
30 november 2023

Dit dier staat niet op de huis- en hobbydierenlijst.

Hieronder leest u de beoordeling over dit dier.

Algemene informatie

Algemene informatie (Franklin, 2011; Wilson & Reeder, 2005) 
Familie Camelidae
Subfamilie -
Genus Camelus
Soort Camelus dromedarius 
Gedomesticeerd Nee, dromedarissen bevinden zich in een vroeg stadium van het domesticatieproces en kunnen nu nog niet als gedomesticeerd beschouwd worden (Fitak, et. al., 2020; Alaskar, et. al., 2021).
Kruising Nee
Volwassen grootte
  • Kop-romp: 220-340 cm
  • Staart: 45-55 cm
  • Schouderhoogte: 180-200 cm
Gewicht 400-600 kg
Dieet Herbivoor
Natuurlijke leefomgeving
  • Verspreiding: Noord-Afrika tot en met de oostkust van Somalië, het Midden-Oosten en delen van Centraal-Azië tot en met het noordwesten van India en delen van Kazachstan. Ook leeft een verwilderde populatie in het binnenland van Zuid- en West-Australië. 
  • Habitat: Aride en semi-aride gebieden.
Levensverwachting 40-49 jaar
IUCN-status -
CITES niet vermeld

Risicoklasse F

Bij dromedarissen is een zeer hoog-risico zoönotische pathogeen aangetoond. Dromedarissen zijn in staat ernstige letselschade te veroorzaken bij de mens. Daarnaast zijn in drie risicocategorieën voor “gezondheid en welzijn dier” één of meerdere risicofactor(en) vastgesteld. Om deze redenen valt de dromedaris onder risicoklasse F. 

Samenvatting beoordeling van de dromedaris

Indien er sprake is van één of meerdere relevante ernstige zoönose(n) die slechts met gespecialiseerde maatregelen beheersbaar is/zijn wordt de risicofactor aangekruist (!), maar telt deze niet mee in de eindscore. Indien er sprake is van een relevante ernstige zoönose die niet of nauwelijks beheersbaar is of er sprake is van risico op ernstige letselschade komt de diersoort direct onder risicoklasse F te vallen (XF). Indien de risicofactor van toepassing is, wordt deze aangekruist (X).  

Gezondheid mens
Risicocategorie Van toepassing Toelichting
Zoönosen XF (zeer hoog risico) Bij de dromedaris is het zeer hoog-risico zoönotische pathogeen MERS-CoV aangetoond waardoor de dromedaris direct onder risicoklasse F valt. Daarnaast zijn de hoog-risico zoönotische pathogenen rabiësvirus, Rift Valley fever virus, Brucella abortus, B. meletensis, Chlamydia abortus, Leptospira interrogans en Mycobacterium bovis aangetoond. 
Letselschade XF  Bij dromedarissen is er gevaar op zeer ernstig letsel bij de mens, waardoor de dromedaris direct onder risicoklasse F valt.

 

Gezondheid en welzijn dier
Risicocategorie Van toepassing Toelichting
Voedselopname X
  • De dromedaris heeft hypsodonte gebitselementen.
  • Dromedarissen moeten dagelijks langdurig foerageren. 
Ruimtegebruik/veiligheid   In deze risicocategorie zijn geen risicofactoren van toepassing. 
Thermoregulatie X De dromedaris is aangepast aan een droog tropisch en subtropisch klimaat. 
Sociaal gedrag X Dromedarissen hebben een despotische dominantiehiërarchie. 

Beoordeling per risicofactor

Risico's voor de mens

Zoönosen
Risicofactor Van toepassing Toelichting
LG1 XF (zeer hoog risico) Bij de dromedaris is het zeer hoog-risico zoönotische pathogeen MERS-CoV (Mohd et al., 2016; Widagdo et al., 2019) aangetoond waardoor de dromedaris direct onder risicoklasse F valt. Daarnaast zijn de hoog-risico zoönotische pathogenen rabiësvirus (Al-Rawashdeh et al., 2000; Bloch & Diallo, 1995; Kasem et al., 2019), Rift Valley fever virus (Abdallah et al., 2016), Brucella abortus, B. meletensis (Fatima et al., 2016; Gwida et al., 2012), Chlamydia abortus (Elzlitne & Elhafi, 2016), Leptospira interrogans (Afzal & Sakkir, 1994) en Mycobacterium bovis (Abubakar et al., 2014; Beyi et al., 2014; Narnaware et al., 2015) aangetoond. 

 

Letselschade
Risicofactor Van toepassing Toelichting
LG2 XF

De dromedaris weegt 400-600 kg (Franklin, 2011). Tijdens de bronsttijd gedragen mannetjes zich agressiever, en kunnen mensen aanvallen door bijvoorbeeld te bijten. Dit kan tot fatale verwondingen leiden (Abu-Zidan et al., 2012; Bravo, 2015). 

Gezien de grootte en het gedrag van dromedarissen kunnen ze zeer ernstig letsel bij de mens veroorzaken, waardoor dromedarissen direct onder risicoklasse F valt. 

Risico's voor dierenwelzijn/diergezondheid

Voedselopname
Risicofactor Van toepassing Toelichting
V1   De dromedaris is een mixed feeder (Amin et al., 2011; KöhlerRollefson, 1991). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing. 
V2 X De dromedaris heeft hypsodonte kiezen (Köhler-Rollefson, 1991; Mendoza & Palmqvist, 2007). Deze risicofactor is daarom van toepassing. 
V3 X Dromedarissen foerageren 8-12 uur per dag en spenderen rustperiodes aan herkauwen (Köhler-Rollefson, 1991). Dromedarissen leven in (semi-)aride gebieden (Franklin, 2011), waar voedsel en water beperkt beschikbaar zijn (Gauthier-Pilters, 1984; Iqbal & Khan, 2001), waardoor zij grote afstanden afleggen, tot zo’n 50-70 km per dag (Newman, 1984). Deze risicofactor is daarom van toepassing. 
V4   Het dieet van dromedarissen bestaat uit bomen, struiken en kruidachtige planten van tenminste 332 planten (Franklin, 2011; Köhler-Rollefson, 1991). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing. 

 

Ruimtegebrek/veiligheid
Risicofactor Van toepassing Toelichting
R1   Dromedarissen hebben een jaarlijkse home range van 5000 km2 (Franklin, 2011). Er is geen sprake van territoriaal markeer- of patrouilleer gedrag (Franklin, 2011). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing. 
R2   Dromedarissen gebruiken geen afgezonderde nestplaats (Franklin, 2011). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing. 
R3   Er is geen wetenschappelijke literatuur gevonden over een sterke, blindelingse vluchtreactie, maar het bestaan wordt ook niet aannemelijk geacht, gezien dromedarissen al 4000-5000 jaar commensaal met mensen leven (Franklin, 2011). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing. 
R4   Dromedarissen gebruiken geen holen of kuilen (Franklin, 2011). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
R5   Voor dromedarissen zijn er geen specifieke omgevingselementen essentieel (Franklin, 2011). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.

 

Thermoregulatie
Risicofactor Van toepassing Toelichting
T1 X

Dromedarissen leven in een droog tropisch en subtropisch klimaat (Franklin, 2011; Schultz, 2005). In het droge tropische en subtropische klimaat ligt, op enkele regionale uitzonderingen na, de gemiddelde maandtemperatuur gedurende het hele jaar boven de 10 °C. In sommige gebieden daalt de gemiddelde maandtemperatuur van de koudste maand tot 5 °C. Gedurende 5-12 maanden per jaar ligt de gemiddelde temperatuur boven de 18 °C. De gemiddelde jaarlijkse neerslag varieert, maar is maximaal 500 mm (Schultz, 2005). De dromedaris is erg gevoelig voor vochtigheid (Köhler-Rollefson, 1991), waardoor longontstekingen voorkomen (Al-Tarazi, 2001).  

De dromedaris is aangepast aan een droog tropisch en subtropisch klimaat. Deze risicofactor is daarom van toepassing. 

T2   Uit gedetailleerd gedragsonderzoek is niet gebleken dat dromedarissen gebruik maken van een speciale zoel-, koel- of opwarmplaats (Franklin, 2011). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing. 
T3   Dromedarissen zijn jaarrond actief (Franklin, 2011). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing. 

 

Sociaal gedrag
Risicofactor Van toepassing Toelichting
S1   Dromedarissen hebben een polygame leefwijze (KöhlerRollefson, 1991; Schulte & Klingel, 1991). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing. 
S2 X Dromedarissen leven in kuddes met alleen vrouwtjes, alleen mannetjes, een gemixte populatie of solitair. In de meest voorkomende structuur, kuddes met een mannetje en meerdere vrouwtjes, leidt het mannetje de kudde en bewaakt de vrouwtjes tegen concurrerende mannetjes. Er is sprake van een despotische dominantiehiërarchie (Köhler-Rollefson, 1991; Schulte & Klingel, 1991). Deze risicofactor is daarom van toepassing. 
S3   Vrouwtjes zijn vanaf 3 jaar oud geslachtsrijp en krijgen één worp per 2-3 jaar (Franklin, 2011; Köhler-Rollefson, 1991). Vrouwtjes zijn 377-390 dagen drachtig en krijgen per worp één jong (Franklin, 2011). Dromedarissen hebben een paarseizoen in de winter, behalve rond de evenaar waar er twee paarseizoenen zijn of zij zich jaarrond voortplanten (Franklin, 2011). Dromedarissen hebben geen grote kans op overbevolking. Deze risicofactor is daarom niet van toepassing. 

Verwijzingen

Abdallah, M., Adam, I., Abdalla, T., Abdelaziz, S., Ahmed, M., & Aradaib, I. (2016). A Survey of Rift Valley Fever and Associated Risk Factors among the One-humped Camel (Camelus dromedaries) in Sudan. Irish Veterinary Journal, 69(6), 1-6. 

Abubakar, U., Kudi, A., Abdulkadir, I., & Okaiyeto, S. (2014). Prevalence of Tuberculosis in Slaughter Camels (Camelus dromedarius) at Kano abattoir, Nigeria Based on Lateral-flow Technology. Journal of Camel Practice and Research, 21(1), 41-45. 

Abu-Zidan, F., Eid, H., Hefny, A., Bashir, M., & Branicki, F. (2012). Camel bite injuries in United Arab Emirates: A 6 year prospective study. Injury, 43(9), 1617-1620. 

Afzal, M., & Sakkir, M. (1994). Survey of antibodies against various infectious disease agents in racing camels in Abu Dhabi, United Arab Emirates. Rev. Sci. Tech., 13(3), 787-792. 

Alaskar, Huma M., R. Alaqeely, B.H. Alhajeri and H. Alhaddad (2021). The enigma of camel-types: localities, utilities, names and breed statuses. In: Journal of Camelid Science 2021, 14 (1): 22-34 

Al-Rawashdeh, O., Al-Ani, F., Sharrif, L., Al-Qudah, K., Al-Hami, Y., & Frank, N. (2000). A Survey of Camel (Camelus dromedarius) Diseases in Jordan. Journal of Zoo and Wildlife Medicine, 31(3), 335-338. doi:10.1638/1042-7260(2000)0312.0.CO;2 

Al-Tarazi, Y. (2001). Bacteriological and Pathological Study on Pneumonia in the One-Humped Camel (Camelus dromedarius) in Jordan. Revue d'élevage et de Médecine vétérinaire des Pays tropicaux, 54(2), 93-97. 

Amin, A., Abdoun, K., & Abdelatiff, A. (2011). Observations on the Seasonal Browsing and Grazing Behaviour of Camels (Camelus dromedarius) in Southern Darfur-Sudan. Research Opinions in Animal & Veterinary Sciences, 1(4), 213-216. 

Beyi, A., Gezahegne, K., Mussa, A., Ameni, G., & Ali, M. (2014). Prevalence of bovine Tuberculosis in Dromedary Camels and Awareness of Pastoralists about its Zoonotic Importance in Eastern Ethiopia. Journal of Veterinary Medicine and Animal Health, 6(4), 109-115. 

Bloch, N., & Diallo, I. (1995). A probable outbreak of rabies in a group of camels in Niger. Veterinary Microbiology, 46, 281-284. 

Bravo, P. (2015). Camelidae. In R. Miller, & M. Fowler, Fowler’s Zoo and Wild Animal Medicine, vol. 8 (pp. 592-601). Saint Louis: Elsevier Saunders.

Elzlitne, R., & Elhafi, G. (2016). Seroprevalence of Chlamydia abortus in Camel in the Western Region of Libya. Journal of Advanced Veterinary and Animal Research, 3(2), 178-183. 

Fatima, S., Khan, I., Nasir, A., Younus, M., Saqib, M., Melzer, F., . . . El-Adawy, H. (2016). Serological, Molecular Detection and Potential Risk Factors Associated with Camel Brucellosis in Pakistan. Tropical Animal Health and Production, 48, 1711-1718. 

Fitak, R.R., Mohandesan, E., Corander, J. et al. Genomic signatures of domestication in Old World camels. Commun Biol 3, 316 (2020). https://doi.org/10.1038/s42003-020-1039-5 

Franklin, W. (2011). Family Camelidae (Camels). In D. Wilson, & R. Mittermeier, Handbook of the Mammals of the World, vol. 2: Hoofed Mammals (pp. 48-71). Barcelona: Lynx Edicions. 

Gauthier-Pilters, H. (1984). Aspects of Dromedary Ecology and Ethology. In W. Cockrill, The Camelid, an All-purpose Animal (pp. 412-430). Uppsala: The Scandinavian Institute of African Studies. 

Gwida, M., El-Gohary, A., Melzer, F., Khan, I., Rösler, U., & Neubauer, H. (2012). Brucellosis in Camels. Research in Veterinary Science, 92(3), 351-355. doi:10.1016/j.rvsc.2011.05.002 

Iqbal, A., & Khan, B. (2001). Feeding Behaviour of Camel: Review. Pakistan Journal of Agricultural Sciences, 38(3), 58-63. 

Kasem, S., Hussein, R., Al-Doweriej, A., Qasim, I., Abu-Obeida, A., Almulhim, I., . . . Al-Sahaf, A. (2019). Rabies among Animals in Saudi Arabia. Journal of Infection and Public Health, 12(3), 445–447. 

Köhler-Rollefson, I. (1991). Camelus dromedarius. Mammalian Species, 375, 1-8. 

Mendoza, M., & Palmqvist, P. (2007). Hypsodonty in ungulates: an adaptation for grass consumption or for foraging in open habitat? Journal of Zoology, 134-142. doi:10.1111/j.14697998.2007.00365.x 

Mohd, H., Al-Tawfiq, J., & Memish, Z. (2016). Middle East Respiratory Syndrome Coronavirus (MERSCoV) origin and animal reservoir. Virol J, 13(87). 

Narnaware, S., Dahiya, S., Tuteja, F., Nagarajan, G., Nath, K., & Patil, N. (2015). Pathology and diagnosis of Mycobacterium bovis in naturally infected dromedary camels (Camelus dromedarius) in India. Trop Anim Health Prod, 47, 1633-1636. 

Newman, D. (1984). The Feeds and Feeding Habits of Old and New World camels. In W. Cockrill, The Camelid, an All-purpose Animal (pp. 250-292). Uppsala: The Scandinavian Institute of African Studies. 

Schulte, N., & Klingel, H. (1991). Herd Structure, Leadership, Dominance and Site Attachment of the Camel, Camelus dromedarius. Behaviour, 118(1), 103-114. 

Schultz, J. (2005). The ecozones of the world, the ecological divisions of the geosphere. Aachen, Germany: Springer. 

Widagdo, W., Ayudhya, S., Hundie, G., & Haagmans, B. (2019). Host Determinants of MERS-CoV Transmission and Pathogenesis. Viruses, 11(3), 280-294. 

Wilson, D., & Reeder, D. (2005). Mammal species of the world. A taxonomic and geographic reference (3rd ed). Opgehaald van Mammal species of the world: https://www.departments.bucknell.edu/biology/resources/msw3/ 

Bent u tevreden over deze pagina?