Argali

Gepubliceerd op:
30 november 2023

Dit dier staat niet op de huis- en hobbydierenlijst.

Hieronder leest u de beoordeling over dit dier.

Algemene informatie

Algemene informatie (Groves et al., 2011; Harris & Reading, 2008; Wilson & Reeder, 2005)
Familie Bovidae
Subfamilie Caprinae
Genus Ovis
Soort Ovis ammon
Gedomesticeerd Nee
Kruising Nee
Volwassen grootte
  • Kop-romp: 172-180 cm (m), 167-174 cm (v)
  • Schouderhoogte: 115-120 cm (m), 100-114 cm (v)
Gewicht 101-175 kg (m), 80-100 kg (v)
Dieet Herbivoor
Natuurlijke leefomgeving
  • Verspreiding: Afghanistan, China, India, Kazachstan, Kyrgyzstan, Mongolië, Nepal, Pakistan, Rusland, Tajikistan en Oezbekistan.
  • Habitat: Bergen, steppevalleien, rotsen en woestijnen. Komen voornamelijk voor in alpine graslanden tussen de 3000-5500 m hoogte. Ze vermijden vochtige habitats en hoge vegetatie.
Levensverwachting 10-13 jaar
IUCN-status “Near Threatened”
CITES Bijlage B

Risicoklasse F

Argali’s zijn in staat ernstige letselschade te veroorzaken bij de mens. Daarnaast zijn in vier risicocategorieën voor “gezondheid en welzijn dier” één of meerdere risicofactor(en) vastgesteld. Om deze redenen valt de argali onder risicoklasse F.

Samenvatting beoordeling van de argali

Indien er sprake is van één of meerdere relevante ernstige zoönose(n) die slechts met gespecialiseerde maatregelen beheersbaar is/zijn wordt de risicofactor aangekruist (X), maar telt deze niet mee in de eindscore. Indien er sprake is van een relevante ernstige zoönose die niet of nauwelijks beheersbaar is of er sprake is van risico op ernstige letselschade komt de diersoort direct onder risicoklasse F te vallen (XF). Indien de risicofactor van toepassing is, wordt deze aangekruist (X).

Gezondheid mens
Risicocategorie Van toepassing Toelichting
Zoönosen ! (signalerend) Er is geen wetenschappelijke literatuur gevonden over het aan- of afwezig zijn van (zeer) hoogrisico zoönotische pathogenen, maar bij de sympatrische en aanverwante soort binnen hetzelfde genus (Ovis) het schaap (O. aries) zijn de hoog-risico zoönotische pathogenen Chlamydia abortus, Coxiella burnetii en Leptospira interrogans aangetoond. Dit leidt tot een signalerende toepassing van deze risicofactor.
Letselschade XF  Bij argali’s is er gevaar op zeer ernstig letsel bij de mens, waardoor de argali direct onder risicoklasse F valt.

 

Gezondheid en welzijn dier
Risicocategorie Van toepassing Toelichting
Voedselopname X
  • De argali heeft hypsodonte gebitselementen.
  • Argali’s moeten dagelijks frequent foerageren.
Ruimtegebruik/veiligheid X
  • Argali’s gebruiken een beschutte verstopplaats.
  • Argali’s hebben een sterke vluchtreactie.
  • Argali’s gebruiken hoogte-elementen.
Thermoregulatie X De argali is aangepast aan een woestijnklimaat.
Sociaal gedrag X Argali’s hebben een despotische dominantiehiërarchie.

Beoordeling per risicofactor

Risico's voor de mens

Zoönosen
Risicofactor Van toepassing Toelichting
LG1 ! (signalerend) Er is geen wetenschappelijke literatuur gevonden over het aan- of afwezig zijn van (zeer) hoog-risico zoönotische pathogenen, maar bij de sympatrische en aanverwante soort binnen hetzelfde genus (Ovis) het schaap (O. aries) zijn de hoog-risico zoönotische pathogenen Chlamydia abortus(Esmaeili et al., 2015; Jiménez-Estrada et al., 2008), Coxiella burnetii (Benkirane et al., 1990; Candela et al., 2017) en Leptospira spp. (Graham et al., 2016; Moreno-Beas et al., 2015) aangetoond. Dit leidt tot een signalerende toepassing van deze risicofactor.

 

Letselschade
Risicofactor Van toepassing Toelichting
LG2 XF

De argali weegt 101-175 kg (m) of 80-100 kg (v) en mannetjes beschikken over opgekrulde hoorns van 192 cm. De hoorns van de mannetjes worden als wapens gebruikt bij onderlinge gevechten. Ze worden gebruikt om zware klappen mee uit te delen, waarbij middels het lichaamsgewicht de kracht achter de aanval wordt vergroot. Argali’s zijn de grootste en zwaarste wilde schapensoort, en hebben de grootste krachtimpact van alle Caprinae (Fedosenko & Blank, 2005; Groves et al., 2011). Argali’s zijn wilde dieren en het hanteren van argali’s vereist ervaring en deskundigheid van de houder (Weber, 2015).

Gezien de grootte, morfologie en het gedrag van argali’s, kunnen ze zeer ernstig letsel bij de mens veroorzaken, waardoor de argali direct onder risicoklasse F valt.

 

Risico's voor dierenwelzijn/diergezondheid

Voedselopname
Risicofactor Van toepassing Toelichting
V1   De argali is een grazer (Groves et al., 2011). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
V2 X De argali heeft hypsodonte kiezen (Witzel et al., 2018). Deze risicofactor is daarom van toepassing.
V3 X Argali’s eten ca. 16-18 kg vegetatie per dag. Ze spenderen c.45-78% van de tijd aan foerageren (Fedosenko & Blank, 2005; Namgail et al., 2007). Om aan energiebehoeften te kunnen voldoen moeten grazende herkauwers betrekkelijk veel consumeren en besteden zij dagelijks enkele lange periodes aan foerageren om de grote pens, die is geoptimaliseerd voor de fermentatie van vezels, maximaal te vullen (Hofmann, 1989). Deze risicofactor is daarom van toepassing.
V4   Het dieet van argali’s bestaat uit grassen, zeggen, kruiden en mossen. In de winter wordt het dieet aangevuld met browse materiaal (Groves et al., 2011; Harris & Reading, 2008; Mandakh et al., 2005). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.

 

Ruimtegebrek/veiligheid
Risicofactor Van toepassing Toelichting
R1   Argali’s hebben een home range van 56,5–75,9 km2 (Bragin et al., 2017). Ze bewegen zich dagelijks berg op en af om aan eten en drinken te komen. Argali’s migreren vanwege een verminderde voedselbeschikbaarheid, diepe sneeuwlagen en de aanwezigheid van steekinsecten, zoals horzels, muggen en dazen (Fedosenko & Blank, 2005; Groves et al., 2011; Harris & Reading, 2008). Argali’s zijn niet territoriaal (Bon et al., 1993). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
R2 X De jongen van argali’s gebruiken een beschutte verstopplaats (Fedosenko & Blank, 2005; Harris & Reading, 2008). Deze risicofactor is daarom van toepassing.
R3 X Argali’s hebben een sterke vluchtreactie, maar vluchten als behendige klimmers doelgericht naar hoge plekken en beschutting (Fedosenko & Blank, 2005; Groves et al., 2011; Singh et al., 2010a). Argali’s kunnen capture myopathy ontwikkelen (Blumstein et al., 2015). Deze risicofactor is daarom van toepassing.
R4   Argali’s gebruiken geen holen of kuilen (Groves et al., 2011). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
R5 X Argali’s leven in een habitat met hoogte-elementen, die zij als toevluchtsoord bij tekenen van gevaar gebruiken en zijn morfologisch aangepast aan leven op ruig terrein (Groves, et al., 2011). Deze risicofactor is daarom van toepassing.

 

Thermoregulatie
Risicofactor Van toepassing Toelichting
T1 X

Argali’s leven in een woestijnklimaat (Fedosenko & Blank, 2005; Groves et al., 2011; Reading et al., 2005; Schultz, 2005). De gemiddelde minimumtemperatuur in de aride bergen van Centraal-Azië waar argali’s voorkomen is -2 °C (met een uiterste minimumtemperatuur van -30 °C) en de gemiddelde maximumtemperatuur is 10 °C (met een uiterste maximumtemperatuur van 39 °C). De gemiddelde jaarlijkse neerslaghoeveelheid is 150 mm en de luchtvochtigheid is gemiddeld 50%, fluctuerend tussen 20-80% (Bragin et al., 2017; Meteoblue, 2021; Schultz, 2005).

De argali is aangepast aan een woestijnklimaat. Deze risicofactor is daarom van toepassing.

T2   Uit gedetailleerd gedragsonderzoek is niet gebleken dat argali’s gebruik maken van een speciale zoel-, koel- of opwarmplaats (Groves et al., 2011; Reading et al., 2005). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
T3   Argali’s zijn jaarrond actief (Wingard et al., 2011). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.

 

Sociaal gedrag
Risicofactor Van toepassing Toelichting
S1   Argali’s hebben een polygame leefwijze en vormen harems (Bon et al., 1993; Groves, et al., 2011; Nowak, 1999; Singh et al., 2010b). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.
S2 X Argali’s leven buiten de bronst in gescheiden kuddes. Tijdens de bronst sluiten de mannetjes zich aan bij de kudde van vrouwtjes waar kuddes kunnen ontstaan van 2-150 individuen (Bon et al., 1993; Fedosenko & Blank, 2005; Groves, et al., 2011; Harris & Reading, 2008; Nowak, 1999). In gemixte kuddes jagen volwassen vrouwtjes de jongere vrouwtjes weg. Alle mannetjes, waaronder jongere individuen van 2-3 jaar, domineren de vrouwtjes. Mannetjes vechten met elkaar in de bronsttijd, waarbij een despotische dominantiehiërarchie wordt opgesteld. Dominante mannetjes kunnen zich vaker voortplanten (Fedosenko & Blank, 2005; Singh et al., 2010b). Deze risicofactor is daarom van toepassing.
S3   Vrouwtjes zijn vanaf 2,5-3 jaar geslachtsrijp en kunnen één keer per jaar werpen. Vrouwtjes zijn 155-165 dagen drachtig en krijgen per worp één jong. Argali’s hebben een paarseizoen in november-december en hebben een geboortepiek in aprilmei (Fedosenko & Blank, 2005; Groves et al., 2011; Harris & Reading, 2008). Argali’s hebben geen grote kans op overbevolking. Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.

Verwijzingen

Benkirane, A., Jabli, N. & Rodolakis, A. (1990). Frequency of abortion and seroprevalence of the principal diseases causing ovine infectious abortion in the area of Rabat (Morocco). Annales de Recherches Veterinaires. 21(4). 267-273.

Blumstein, D. T., Buckner, J., Shah, S., Patel, S., Alfaro, M. E. & Natterson-Horowitz, B. (2015). The evolution of capture myopathy in hooved mammals: a model for human stress cardiomyopathy? Evol Med Public Health. 2015(1). 195-203.

Bon, R., Badia, J., Maublanc, M. & Recarte, J. (1993). Social grouping dynamics of mouflon (Ovis ammon) during rut. Zeitschrift fur Saugetierkunde. 58.

Bragin, N., Amgalanbaatar, S., Wingard, G. & Reading, R. (2017). Creating a model of habitat suitability using vegetation and ruggedness for Ovis ammon and Capra sibirica (Artiodactyla: Bovidae) in Mongolia. Journal of Asia-Pacific Biodiversity. 10(3). 390-395.

Candela, M., Caballol, A. & Atance, P. (2017). Wide exposure to Coxiella burnetii in ruminant and feline species living in a natural environment: zoonoses in a human–livestock–wildlife interface. Epidemiology & Infection. 145(3). 478-481.

Esmaeili, H., Bolourchi, M. & Mokhber-Dezfouli, M. (2015). Seroprevalence of Chlamydia abortus infection in sheep and goats in Iran. Iranian Journal of Veterinary Medicine. 9(2). 73-77.

Fedosenko, A. & Blank, D. (2005). Ovis ammon. Mammalian Species. 773. 1-15.

Graham, A., Nussey, D., Lloyd-Smith, J., Longbottom, D., Maley, M., Pemberton, J. & Wilson, K. (2016). 

Exposure to viral and bacterial pathogens among Soay sheep (Ovis aries) of the St Kilda archipelago. Epidemiology & Infection. 144(9). 1879-1888.

Groves, C. P., Leslie Jr., D. M., Huffman, B. A., Valdez, R., Habibi, K., Weinberg, P. J., Burton, J. A., Jarman, P. J. & Robichaud, W. G. (2011). Family Bovidae (Hollow-horned Ruminants). In D. E. Wilson & R. A. Mittermeier, Handbook of the mammals of the world (pp. 444-779). Barcelona: Lynx Edicions.

Harris, R. & Reading, R. (2008). Ovis ammon. The IUCN Red List of Threatened Species. Opgehaald van IUCN: http://dx.doi.org/10.2305/IUCN.UK.2008.RLTS.T15733A5074694.en

Hofmann, R. (1989). Evolutionary steps of ecophysiological adaptation and diversification of ruminants: a comparative view of their digestive system. Oecologia. 78(4). 443-457.

Jiménez-Estrada, J., Escobedo-Guerra, M., Arteaga-Troncoso, G., López-Hurtado, M., de Haro-Cruz, M., Jiménez, R. & Guerra-Infante, F. (2008). Detection of Chlamydophila abortus in sheep (Ovis aries) in Mexico. American Journal of Animal and Veterinary Sciences. 91-95.

Mandakh, B., Wingard, G. & Reading, R. (2005). Winter pasture conditions and forage use by argali (Ovis ammon) in Gobi Gurvan Saykhan National Park. Proceedings of the symposium: Ecosystem Research in the Arid Environments of Central Asia: Results, Challenges, and Perspectives. 71-76.

Meteoblue. (2021). Mandalgovi, Mongolia. Opgehaald van Meteoblue: https://www.meteoblue.com/en/weather/historyclimate/climatemodelled/man….
 
Moreno-Beas, E., Abalos, P. & Hidalgo-Hermoso, E. (2015). Seroprevalence of nine Leptospira interrogans serovars in wild carnivores, ungulates, and primates from a zoo population in a metropolitan region of Chile. Journal of Zoo and Wildlife Medicine. 46(4). 774-778.

Namgail, T., Fox, J. & Bhatnagar, Y. (2007). Habitat shift and time budget of the Tibetan argali: The influence of livestock grazing. Ecological Research. 22(1).

Nowak, R. (1999). Walker's Mammals of the World. Baltimore: John Hopkins.

Reading, R. P., Amgalanbaatar, S., Wingard, G. J., Kenny, D. & DeNicola, A. (2005). Ecology of Argali in Ikh Nartiin Chuluu, Dornogobi Aymag. Erforsch biol Ress Mongolei. 9. 77-89.

Schultz, J. (2005). The ecozones of the world, the ecological divisions of the geosphere. Aachen, Germany: Springer.

Singh, N., Yoccoz, N., Lecomte, N., Côté, S. & Fox, J. (2010a). Scale and selection of habitat and resources: Tibetan argali (Ovis ammon hodgsoni) in high-altitude rangelands. Canadian Journal of Zoology. 88(5). 436-447.

Singh, N. J., Amgalanbaatar, S., Reading, R. P. (2010b). Grouping Patterns of Argali in Ikh Nart Nature Reserve, Mongolia. Mongolian Journal of Biological Sciences. 8(2). 7-13.

Weber, M. (2015). Sheep, goats and goat-like animals. In E. Miller & M. Fowler, Fowler's Zoo and Wild Animal Medicine, Volume 8 (pp. 645-649). Columbia en Davis: Saunders.

Wilson, D. & Reeder, D. (2005). Mammal species of the world. A taxonomic and geographic reference (3rd ed). Opgehaald van Mammal species of the world: https://www.departments.bucknell.edu/biology/resources/msw3/

Wingard, G., Harris, R., Amgalanbaatar, S. & Reading, R. (2011). Estimating abundance of mountain ungulates incorporating imperfect detection: argali Ovis ammon in the Gobi Desert, Mongolia. Wildlife Biology. 17(1). 93-101.

Witzel, C., Kierdorf, U., Frölich, K. & Kierdorf, H. (2018). The pay-off of hypsodonty-timing and dynamics of crown growth and wear in molars of Soay sheep. BMC Evolutionary Biology. 18(1):27. 1-14.

Bent u tevreden over deze pagina?