(Alpen)steenbok

Gepubliceerd op:
30 november 2023

Dit dier staat niet op de huis- en hobbydierenlijst.

Hieronder leest u de beoordeling over dit dier.

Algemene informatie

Algemene informatie (Groves et al., 2011)
Familie Bovidae
Subfamilie Antilopinae
Genus Capra
Soort Capra ibex
Gedomesticeerd Nee
Kruising Nee
Volwassen grootte
  • Kop-romp: 115-135 cm (m), 55-100 cm (v)
  • Staart: 2129 cm (m), 15-23 cm (v)
  • Schofthoogte: 65-95 cm
Gewicht 70-120 kg (m), 40-50 kg (v)
Dieet Herbivoor
Natuurlijke leefomgeving
  • Verspreiding: Zwitserland, Zuid-Duitsland, Liechtenstein, Oostenrijk, Noord-Italië en Zuidoost-Frankrijk. Geïntroduceerd in Slovenië en Bulgarije.
  • Habitat: (Sub)alpine habitat met alpenweiden, open bossen, rotsachtig terrein en kliffen, op een hoogte van 1600-3200 m. 
Levensverwachting 22 jaar (m), 19 jaar (v)
IUCN-status “Least Concern”
CITES Niet vermeld

Risicoklasse F

Steenbokken zijn in staat ernstige letselschade te veroorzaken bij de mens. Daarnaast zijn in vier risicocategorieën voor “gezondheid en welzijn dier” één of meerdere risicofactor(en) vastgesteld. Om deze redenen valt de steenbok onder risicoklasse F. 

Samenvatting beoordeling van de steenbok

Indien er sprake is van één of meerdere relevante ernstige zoönose(n) die slechts met gespecialiseerde maatregelen beheersbaar is/zijn wordt de risicofactor aangekruist (X). Indien er sprake is van een relevante ernstige zoönose die niet of nauwelijks beheersbaar is of er sprake is van risico op ernstige letselschade komt de diersoort direct onder risicoklasse F te vallen (XF). Indien de risicofactor van toepassing is, wordt deze aangekruist (X).  

Gezondheid mens
Risicocategorie Van toepassing Toelichting
Zoönosen ! (signalerend) Bij de steenbok zijn de hoog-risico zoönotische pathogenen Brucella melitensis, Coxiella burnetii en Chlamydia abortus aangetoond. Dit leidt tot een signalerende toepassing van deze risicofactor. 
Letselschade XF Bij steenbokken is er gevaar op zeer ernstig letsel bij de mens, waardoor de steenbok direct onder risicoklasse F valt. 

 

Gezondheid en welzijn dier
Risicocategorie Van toepassing Toelichting
Voedselopname X
  • De steenbok heeft hypsodonte gebitselementen.
  • Steenbokken moeten dagelijks frequent foerageren. 
Ruimtegebruik/veiligheid X
  • Steenbokken gebruiken een beschutte verstopplaats.
  • Steenbokken gebruiken hoogte-elementen.
Thermoregulatie X De steenbok is aangepast aan een hooggebergteklimaat. 
Sociaal gedrag X Steenbokken hebben een despotische en lineaire dominantiehiërarchie. 

Beoordeling per risicofactor

Risico's voor de mens

Zoönosen
Risicofactor Van toepassing Toelichting
LG1 ! (signalerend) Bij de steenbok zijn de hoog-risico zoönotische pathogenen Brucella melitensis (Lambert et al., 2020), Coxiella burnetii (Baradel et al., 1988; Marreros et al., 2011) en Chlamydia abortus (Marreros et al., 2011) aangetoond. Dit leidt tot een signalerende toepassing van deze risicofactor. 

 

Letselschade
Risicofactor Van toepassing Toelichting
LG2 XF 

De steenbok weegt 70-120 kg (m) of 40-50 kg (v) en beide geslachten beschikken over naar-achter-gekrulde hoorns van 75-102 cm (m) of c.35 cm (v). De hoorns van de mannetjes worden als wapens gebruikt bij onderlinge gevechten. Ze worden gebruikt om zware klappen mee uit te delen, waarbij middels het lichaamsgewicht de kracht achter de aanval wordt vergroot (Groves et al., 2011; Tettamanti & Viblanc, 2014). Steenbokken zijn wilde dieren en het hanteren van Steenbokken vereist ervaring en deskundigheid van de houder (Weber, 2015).  

Gezien de grootte, morfologie en het gedrag van steenbokken, kunnen ze zeer ernstig letsel bij de mens veroorzaken, waardoor de steenbok direct onder risicoklasse F valt. 

Risico's voor dierenwelzijn/diergezondheid

Voedselopname
Risicofactor Van toepassing Toelichting
V1   De steenbok is een mixed-feeder, die zich voedt met grassen (60%), kruiden (38%) en browse materiaal (2%) (Groves et al., 2011; Mendoza & Palmqvist, 2007). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing. 
V2 X De steenbok heeft hypsodonte kiezen (Ackermans et al., 2018; Damuth & Janis, 2011; Kaiser et al. 2013; Mendoza & Palmqvist, 2007). Deze risicofactor is daarom van toepassing.
V3 X Steenbokken grazen voornamelijk in de ochtend en de avond (Groves et al., 2011). Steenbokken zijn herkauwende mixedfeeders met een hoge passeersnelheid in de pens, waardoor frequent foerageren noodzakelijk is (Hofmann, 1989). Deze risicofactor is daarom van toepassing. 
V4   Het dieet van steenbokken bestaat uit verscheidene grassen, kruiden, naaldbomen, varens en mossen (Groves et al., 2011; Zingg, 2009). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing.

 

Ruimtegebrek/veiligheid
Risicofactor Van toepassing Toelichting
R1   Steenbokken hebben een homerange afhankelijk van het seizoen en het geslacht. Vrouwtjes hebben een homerange van 20 ha in de winter en 136 ha in de zomer, en mannetjes van 50-180 ha in de winter en 300-500 ha in de zomer. Steenbokken patrouilleren de homerange niet (Groves et al., 2011). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing. 
R2 X De jongen van steenbokken gebruiken een beschutte verstopplaats (Groves et al., 2011). Deze risicofactor is daarom van toepassing. 
R3   Steenbokken hebben een sterke vluchtreactie, maar vluchten als behendige klimmers doelgericht naar hoge plekken en beschutting (Brivio et al., 2015; Groves et al., 2011). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing. 
R4   Steenbokken gebruiken geen holen of kuilen (Groves et al., 2011). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing. 
R5 X Steenbokken leven in een habitat met hoogte-elementen, die zij als toevluchtsoord bij tekenen van gevaar gebruiken en zijn morfologisch aangepast aan leven op ruig terrein (Groves et al., 2011). Deze risicofactor is daarom van toepassing. 

 

Thermoregulatie
Risicofactor Van toepassing Toelichting
T1 X

Steenbokken leven in een hooggebergteklimaat (Brivio et al., 2015; Groves et al., 2011; Schultz, 2005). De gemiddelde minimumtemperatuur in de Alpen waar steenbokken voorkomen is 0 °C (met een uiterste minimumtemperatuur van -24 °C) en de gemiddelde maximumtemperatuur is 10 °C (met een uiterste maximumtemperatuur van 20 °C). De gemiddelde jaarlijkse neerslaghoeveelheid is 300-1000 mm en de luchtvochtigheid is gemiddeld 90% (Meteoblue, 2021; Schultz, 2005).  

De steenbok is aangepast aan een hooggebergteklimaat. Deze risicofactor is daarom van toepassing. 

T2   Uit gedetailleerd gedragsonderzoek is niet gebleken dat steenbokken gebruik maken van een speciale zoel-, koel- of opwarmplaats (Groves et al., 2011). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing. 
T3   Steenbokken zijn jaarrond actief (Brivio et al., 2015). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing. 

 

Sociaal gedrag
Risicofactor Van toepassing Toelichting
S1   Steenbokken hebben een polygame leefwijze (Groves et al., 2011; Toïgo et al., 1996). Deze risicofactor is daarom niet van toepassing. 
S2 X Steenbokken leven buiten de bronsttijd solitair en vormen groepen in de bronsttijd. De dominante mannetjes (9-12 jaar oud) monopoliseren het dekkingsrecht. Mannetjes vormen groepen van dezelfde leeftijd en sociale status. Er is sprake van een lineaire dominantiehiërarchie binnen de mannelijke en vrouwelijke groepen (Groves et al., 2011; Toïgo et al., 1996; Willisch & Neuhaus, 2010). Deze risicofactor is daarom van toepassing. 
S3   Vrouwtjes zijn vanaf 1,5 jaar geslachtsrijp en kunnen per jaar één keer werpen. Vrouwtjes zijn 165-175 dagen drachtig en krijgen per worp één jong. Steenbokken hebben een paarseizoen in december-januari (Groves et al., 2011). Steenbokken hebben geen grote kans op overbevolking. Deze risicofactor is daarom niet van toepassing. 

Verwijzingen

Ackermans, N. L., Clauss, M., Winkler, D. E., Schulz-Kornas, E., Kaiser, T. M., Müller, D. W., Kircher, P. R., Hummel, J. & Hatt, J. (2018). Root growth compensates for molar wear in adult goats (Capra aegagrus hircus). Journal of Experimental Zoology. 331(2). 139-148. 

Baradel, J. M., Barrat, J., Blancou, J., Boutin, J. M., Chastel, C., Dannacher, G., Delorme, D., Gerard, Y., Gourreau, J. M., Kihm, U., Larenaude, B., le Goff, C., Pastoret, P., Perreau, P., Schwers, A., Thiry, E., Trap, D., Uilenberg, G. & Vannier, P. H. (1988). Results of a serological survey of wild mammals in France. Revue Scientifique et Technique (International Office of Epizootics). 7(4). 873-883. 

Brivio, F., Grignolio, S., Sica, N., Cerise, S. & Bassano, B. (2015). Assessing the impact of capture on wild animals: The case stady of chemical immobilisation on alpine ibex. PLoS ONE. 10(6). 1-18. 

Damuth, J. & Janis, C. M. (2011). On the relationship between hypsodonty and feeding ecology in ungulate mammals, and its utility in palaeoecology. Biological Reviews. 86. 733-758. 

Groves, C. P., Leslie Jr., D. M., Huffman, B. A., Valdez, R., Habibi, K., Weinberg, P. J., Burton, J. A., Jarman, P. J. & Robichaud, W. G. (2011). Family Bovidae (Hollow-horned Ruminants). In D. E. Wilson & R. A. Mittermeier, Handbook of the mammals of the world (pp. 444-779). Barcelona: Lynx Edicions. 

Hofmann, R. R. (1989). Evolutionary steps of ecophysiological adaptation and diversification of ruminants: a comparative view of their digestive system. Oecologia. 78. 443-457. 

Kaiser, T. M., Müller, D. W., Fortelius, M., Schulz, E., Codron, D. & Clauss, M. (2013). Hypsodonty and tooth facet development in relation to diet and habitat in herbivorous ungulates: implications for understanding tooth wear. Mammal Review. 43(1). 34-46. 

Lambert, S., Gilot-Fromont, E., Toïgo, C., Marchand, P., Petit, E., Garin-Bastuji, B., Gauthier, D., Gaillard, J., Rossi, S. & Thébault, A. (2020). An individual-based model to assess the spatial and individual heterogeneity of Brucella melitensis transmission in alpine ibex. Ecological Modelling. 425. 1-14. 

Marreros, N., Hüssy, D., Albini, S., Frey, C. F., Abril, C., Vogt, H., Holzwarth, N., Wirz-Dittus, S., Friess, M., Engels, M., Borel, N., Willisch, C. S., Signer, C., Hoelzle, L. E. & Ryser-Degiorgis, M. (2011). Epizootiologic investigations of selected abortive agents in free-ranging alpine ibex (Capra ibex ibex) in Switzerland. Journal of Wildlife Diseases. 47(3). 530-543. 

Mendoza, M. & Palmqvist, P. (2007). Hypsodonty in ungulates: an adaptation for grass consumption or for foraging in open habitat? Journal of Zoology. 274. 134-142. 

Meteoblue. (2021). Aiguilles Rouges, France. Opgehaald van Meteoblue: https://www.meteoblue.com/en/weather/historyclimate/climatemodelled/aig…;

Schultz, J. (2005). The ecozones of the world, the ecological divisions of the geosphere. Aachen, Germany: Springer. 

Tettamanti, F. & Viblanc, V. A. (2014). Influences of mating group composition on the behavioral timebudget of male and female alpine ibex (Capra ibex) during the rut. PLoS ONE. 9(1). 1-14. 

Toïgo, C., Gaillard, J. & Michallet, J. (1996). Adult survival pattern of the sexually dimorphic Alpine ibex (Capra ibex ibex). Can J Zool. 75. 75-79. 

Weber, M. A. (2015). Chapter 64 - Sheep, Goats, and Goat-Like Animals. In E. Miller & M. Fowler, Fowler's Zoo and Wild Animal Medicine, Volume 8 (pp. 645-649). Columbia en Davis: Saunders. 

Willisch, C. S. & Neuhaus, P. (2010). Social dominance and conflict reduction in rutting male Alpine ibex, Capra ibex. Behavioural Ecology. 21(2). 372-380. 

Zingg, A. (2009). Seasonal variability in the diet composition of alpine ibex (Capra ibex ibex L.) in the Swiss National Park. Switzerland: University of Zurich

Bent u tevreden over deze pagina?